Spitsstaartamadine

  • Wetenschappelijk: Poephila acuticauda
  • Engels: Long-tailed Finch
spitsstaart amadine
Koppel spitsstaartamadines. De man (rechts)
heeft een duidelijk donkerder rode snavel dan
de pop. 
 
   

De spitsstaartamadine komt van nature voor in het noorden van Australië. Er zijn twee ondersoorten, Poephila a. acuticauda en Poephila acuticauda hecki. Het grensgebied tussen beiden soorten ligt grofweg rond de Victoria river(1), met in het westen de nominaatvorm acuticauda en in het oosten de ondersoort hecki. De ondersoorten zijn van elkaar te onderscheiden doordat de nominaatvorm een gele snavel heeft, en hecki een rode. De in gevangenschap gehouden vogels zijn vrijwel altijd van de oostelijke ondersoort. De geslachten zijn onderling vrij lastig te onderscheiden. De man heeft vaak een enigszins grotere keelvlek en wat langere staart, en bovendien vaak een donkerder of dieper rode snavel dan de pop.

Verzorging

De spitsstaartamadine is vrij gehard en kan in de meeste gevallen zonder problemen zonder bijverwarming worden gehouden. Voorwaarde is wel dat de vogel zich terug kan trekken in een geïsoleerd nachthok. De vogels zijn wat ruimtebehoevender dan de meeste andere astrildes in onze kwekerij, maar zijn goed te houden in een ruime broedkooi. Wat verse takken van coniferen, sparren, etc. worden als extra schuilplaats zeker gewaardeerd. In de volière wordt beplanting ook zeer op prijs gesteld. Als nestgelegenheid worden halfopen nestkastjes en gesloten tropennestkastjes geaccepteerd. De spitsstaarten bouwen zelf het nest van allerlei voor handen zijnde materialen zoals sisaltouw, kokosvezel, grashalmen, etc.

Een tropenmengeling is een goede basisvoeding voor de spitsstaartamadine. Zo nu en dan aanvullen met onkruidzaad en/of een mengeling voor wildzangvogels komt de vogels zeker ten goede.

Referenties:

  • (1) Simson, K. (Ill.: Day, N.) (2004) Birds of Australia Helm Field Guides, Ed.: 7th, p. 272